
Voorproefje Campinggeluk
Even scrollen, dan lees je alles!
Wist je dat…
- van de 36,2 miljoen vakanties die Nederlanders vieren, wordt de helft in eigen land doorgebracht, bij voorkeur in bosrijke omgeving
- de Veluwe (Gelderland) een van de populairste vakantiebestemmingen is met bijna 3 miljoen vakanties
- de caravan of andersoortig zomerhuisje favoriet is (30% kamperen, 45% huisje).
- de laatste twee weken van juli (als Linda en Marlies op de Zandrand kamperen) de meest geliefde vakantieweken zijn
- er jaarlijks 2,8 miljard euro aan de binnenlandse vakanties wordt uitgegeven
- Campinggeluk gebaseerd is op ervaringen van de schrijfster. Een groot deel van het vertelde, is zo goed als waar
(Bron cijfers: ‘Vakanties van Nederlanders 2010’, CBS)
|
2. BezoekdagZondag van 8.00 tot 23.00 uur
∆ Bezoekers zijn verplicht zich direct bij aankomst te melden, het bezoekerstarief te betalen en hun auto’s te parkeren op de parking. Zij dienen uiterlijk om 23.00 uur de camping verlaten te hebben. Recreant is verantwoordelijk voor zijn bezoek. Uiteraard is douchen door bezoekers niet toegestaan. (Artikel 4, reglement camping de Zandrand)
Marlies Die eerste tien minuten vielen altijd tegen. Alles deed pijn. De spieren in haar bovenbenen maakten een trekkende tegenbeweging, alsof ze vergeten was na de start de handrem eraf te halen. De nog frisse lucht perste zich schurend in haar longen en bevrijdde zich met korte stoten. Mijn hemel, het was maar goed dat er op dit tijdstip nog niemand in het bos was. Ze zag er vast niet meer uit, pimpelpaars met donkere plekken onder haar armen en op haar rug. ‘Sta je nu al op?’ Hans had geprobeerd haar tegen te houden. Hij lag vertrouwd warm tegen haar rug met zijn arm stevig om haar heen. Na die onweersbui was het vannacht bijna fris geworden. Als ze nog langer bleef liggen, had ze helemaal geen zin meer. Ze kon precies voorspellen hoe de ochtend er dan uit zou zien. Ze zouden vrijen, absoluut. De zondagochtendseks was voor Hans net zo’n ritueel als het kerkbezoek ooit voor haar ouders. Ze konden inmiddels vrijen zonder veel geluid te maken. Hoewel Freek tegenwoordig urenlang uitsliep, bleven de caravanwanden flinterdun. Ze zou zich doodschamen als hij iets hoorde. Hans viel daarna meestal weer in slaap. Hij had zijn ogen nu ook alweer gesloten, hij zag dat ze zich niet liet overhalen. Het gaf haar alle tijd na het lopen te douchen en haar benen te scheren. Tegen de tijd dat ze terug was van het toiletgebouw en koffie had gezet, begon iedereen langzaam wakker te worden. Het bos was gehuld in damp. Zelfs vanuit de plassen stegen rookwolkjes op. Ze moest opletten dat ze niet in zo’n modderpoel stampte. Marlies keek op haar horloge. Twaalf minuten onderweg. Ze had het al gevoeld, hoe haar benen ineens bijna vanzelf vooruit rolden. Vanaf nu kon het alleen maar lekkerder gaan. Een half uur hardlopen vandaag stond op het schema, één keer onderbroken door een paar minuutjes wandelen. Het was nota bene Hans geweest die haar gemotiveerd had iets te doen aan die extra kilo’s. Hij vond het juist geweldig dat ze de afgelopen paar jaar aangekomen was. Had hij ‘iets om vast te pakken’. Alsof ze zo slank was toen Hans haar leerde kennen. Maar hij werd horendol van haar geklaag over haar te dikke benen en buik. Ze had de knoop doorgehakt toen ze in de spiegel van het helverlichte pashokje van de lingeriewinkel, een opgezette dame zag die dit keer niet wegliep. Het uit de enorme berg opgediepte setje, precies haar maat, voor de helft afgeprijsd in de winteruitverkoop, paste niet. De broekspijpjes knelden en lieten vuurrode afdrukken in haar dijen achter. Haar borsten puilden uit de bh alsof ze ieder moment kon bevallen. Soms is een beeld zo onverwacht afschuwelijk dat het maandenlang stimuleert tot een oplossing. Veertien minuten, tijd voor de twee minuten rustig wandelen. Wat was het nog stil in het bos. Marlies nam altijd het bospad dat vlak langs de grote weg liep. Door de afscheidende strook met dennenbomen kon ze het verkeer niet alleen goed horen maar ook zien. Er gebeurde eigenlijk nooit iets onaangenaams in het bos, toch nam ze liever het zekere voor het onzekere. Ze was zelfs zo vroeg dat de kerkgangers nog niet op weg waren. De streng gelovigen met het hele gezin fraai aangekleed te voet, de vrouwen in hun zondagse jurken met hoeden en linten, de mannen in het zwart. De hervormden kozen de fiets of auto voor de kerkgang. De nieuwe buurvrouw was dus gescheiden. Ze had al zoiets bedacht toen ze haar gister zo plotseling te keer hoorde gaan. Marlies had niet willen luisteren, straks werd er van haar nog verlangd dat ze iets deed. Maar haar nieuwsgierigheid overwon. Ze zette het vuur onder de pan met macaroni laag en stak haar hoofd uit de caravandeur. Hans en Freek waren opgehouden met praten, Hans had zijn hoofd richting het geluid gedraaid. Een gewoontegebaar. Door het geluid van het gillende schuurapparaat was zijn gehoor, al lang voor ze hem leerde kennen, voor een deel beschadigd. Nu droeg hij tijdens een klus oorbeschermers, te laat om zijn volledige bereik terug te krijgen. ‘Het is toch wat’, vond Tine gisteravond. Ze hadden zich verzameld bij de caravan van Marlies ouders, het was een gezellige avond geweest. Tot de eerste regendruppels vielen, speelden ze buiten aan de grote tuintafel fanatiek klaverjas. Ma speelde met Hans, zij vormde een team met Gerard en Tine speelde met pa. Iedereen had zoals altijd stiekem schik om pa die meestal verloor en nog steeds slecht tegen zijn verlies kon. ‘Zo’n vrouwtje alleen met twee van die knulletjes. Dapper hoor, nog op vakantie gaan met je hele hebben en houwen.’ Tine doopte een stroopwafel in haar koffie, een sliertje stroop bleef erna aan haar kin bungelen. Lange tijd hing het er nog. Zien de anderen het dan niet? vroeg Marlies zich af die uit alle macht probeerde er niet naar te kijken. ‘Onze Marlies redde het anders ook best in haar eentje’, vond Gerard. Hij kreeg geen kans verder te praten. Pa, ma en Tine buitelden over elkaar heen in verontwaardiging. ‘Je vergeet een paar mensen, beste vriend.’ Haar vader stond uiteraard als eerste op de barricades. ‘Zonder ons had ze het echt niet gered. Zo’n kind nog. Met een kind. Die buurvrouw klinkt niet alsof ze net van school komt.’ ‘Nee...’ Gerard grijnsde en gaf pa een vette knipoog. ‘Die dame is aardig volgroeid. Alles d’erop en d’eran, mag ik wel zeggen.’ Tine bloosde en gaf hem een por. ‘Gedraag je!’ ‘Je moet laten zien wat je in huis hebt’, was Hans het roerend met hem eens. Ook hij had gelachen, het gesnuif dat mannen bewaren voor bepaalde onderwerpen. Ze had heus wel gezien hoe hij naar de buurvrouw had zitten gluren toen ze koffie dronk bij Tine en Gerard. Terwijl Marlies en Freek het asociale gedrag van de Dennenheuvel nog eens onder de loep namen, kon Hans zijn ogen niet van de overkant afhouden. Ze was waarschijnlijk zo’n vrouw die hij en zijn collega’s nafloten wanneer ze op de steiger stonden. ‘Het heeft niks te betekenen’, had Hans een keer geprobeerd uit te leggen. ‘Het hoort bij ons werk, even wat anders bekijken dan die eeuwige deuren en kozijnen. Jij bent mijn vrouwtje, dat weet je toch wel?’ Splatsjt! Verdorie, nu was ze toch middenin een plas beland. Nee, ze mocht niet stoppen. Nog zeven minuten, dan zat de training erop. Haar sokken waren doorweekt, het water sopte tussen haar tenen. Straks haar schoenen ophangen in het zonnetje, anders waren ze niet droog voor overmorgen. Ze kon al bijna het opschrift op het bord lezen dat aan het eind van het bospad opdoemde. ‘De sensatie van de Veluwe’... ze moest er elke keer als ze het zag, een beetje om lachen. De Zandrand was een heerlijke camping, maar een sensatie? Het was eerder heerlijk dat de spanning er meestal ver te zoeken was. Bert had de tekst een paar jaar geleden aan het campinglogo toegevoegd. ‘Mensen willen iets beleven als ze op vakantie gaan’, had hij haar vader toevertrouwd. ‘We gaan meer activiteiten organiseren, de gasten willen luxer vermaak.’ Er was een campingbrochure gekomen en een website. Toen Marlies deze bekeek, herkende ze haar eigen camping bijna niet. Kantinebeheerder Bob had zelfs de namen van de plate servicegerechten veranderd. Wat voorheen ‘varkenshaas met romige champignonsaus’ heette, werd nu ‘biggetje op gespreid bedje’ genoemd. De vasten deden er lacherig over. Maar niemand haalde het in zijn hoofd dat recht in Berts gezicht te doen. Iedereen had respect voor de directeur. Marlies liep vlak langs de oprit de camping op, net buiten het bereik van de beveiligingscamera. Sinds ze de schermen in Berts kantoor had gezien waarop nietsvermoedende campinggasten neuspeuterend en zich op de meest intieme plekken krabbend het beeld in- en uitliepen, probeerde ze de camera’s bij de voor- en achteringang te vermijden. Het idee dat Bert haar kon zien zonder dat zij het wist, stoorde haar meer dan haar lief was. Als ze snel ging douchen, was ze net klaar voor de grote meute het toiletgebouw zou bestormen.
Ze hoorde al van verre boze stemmen uit het wasgebouw. Was dat de stem van Kitty? Marlies aarzelde. Zou ze omkeren en naar het oude toiletgebouw lopen? Die lag aan de andere kant van de camping, ze kwam er eigenlijk nooit. Die zeldzame keer dat ze er ging douchen, voelde het net alsof ze een vreemde camping bezocht. Er schoten bovendien mensen in en uit die ze nog nooit gezien had, zelfs niet in de campingwinkel of de kantine. Veel lossen natuurlijk, want het sanitairblok grensde aan het passantenveld. Het was er altijd viezer. De lossen voelden zich blijkbaar minder verantwoordelijk de boel netjes achter te laten dan zij. Vooral nu, in het hoogseizoen, hoorde ze Bert tegen pa verzuchten dat iedereen zijn troep maar achter zich liet. Van levensgevaarlijke scheermesjes in het doucheputje tot volle, stinkende luiers naast het babybad. Ze kon vanaf een afstandje eerst luisteren wat er aan de hand was. Daarna kon ze altijd nog doorlopen. Marlies stak voorzichtig haar hoofd om de hoek van het wasgebouw. Door de stoom ontdekte ze drie vrouwen in badjas. De ene was Kitty met haar zus Anja. De goeierd zette Kitty elke ochtend vroeg onder de douche, hielp haar met afdrogen en föhnde tot slot Kitty’s haar. Niemand wist precies wat er met Kitty aan de hand was, ze reageerde nijdig als iemand ernaar durfde te vragen. De derde vrouw kwam haar enigszins bekend voor met haar spitse gezicht. Het bleek haar nieuwe buurvrouw. Nu het natte haar keurig gekamd langs haar gezicht viel, zag ze er heel anders uit, bijna netjes. Ze keek niet netjes. Ze was woedend, zag Marlies. ‘Wie ben jij dan wel dat je me de wet voorschrijft? De campingeigenaar hemzelve?’ Haar hoge stem galmde door de betegelde ruimte. Ze zag de lichte verwarring op Kitty’s gezicht. Niemand op de camping sprak Kitty graag tegen. Angst was niet eens de hoofdreden. Als je met Kitty in discussie ging, was je verzekerd van een seizoenlang kat en muis-spel. De camping was acht hectare groot, toch bleek het heel vermoeiend steeds te moeten wegduiken achter een heg als je naar de kantine liep en haar scootmobiel hoorde aankomen. Tenzij je het geen probleem vond elke keer opnieuw te moeten bekvechten over het onderwerp dat uiteindelijk niets meer te maken had met waar het ooit om te doen was. Tine had eens zo’n akkefietje met Kitty gehad en kon uiteindelijk nergens anders meer over praten. Na bemiddeling van Bert werd de zaak gesust. Waar het over ging, Marlies zou het niet meer weten. Het had vast iets te maken met Tine’s kleinkinderen die te hard hadden gegild of hun bal in Kitty’s bloemperk hadden geschopt. Kom niet aan haar kinder- en kleinkinderschare, dan kwam je aan Tine. ‘Jij hebt toch net ook lekker gedoucht met een aangeveegd vloertje? Nou dan! Die wisser staat hier niet voor niks, mevrouwtje hittepetit. Als je je er te goed voor voelt met je poezelige handjes, ga je maar naar het andere wasgebouw. Daar is het toch al een smeerboel. Wij houden het hier graag netjes. Dus pak an en schoonmaken!’ Kitty had de laatste ‘wij’ met grote nadruk uitgesproken waarbij de blosjes op haar wangen nog vuriger waren geworden. Ze boog zich vanaf de plastic klapstoel die Anja voor haar had neergezet, naar de vloerwisser die ineens een hoofdrol kreeg, zo demonstratief opgesteld tegen de tegelwand. ‘Na jou!’ Linda keek haar demonstratief aan en vouwde haar armen over elkaar. Ze zag er strijdvaardig uit in haar witte badjas waarop ‘Zwaluwhoeve’ was geborduurd. De naam van haar huis? Sjiek hoor. Marlies schoot bijna in de lach. Zo had ze Kitty nog niet eerder gezien. Ze durfde wel, die buurvrouw van haar. ‘Wat?’ ‘Na jou. Jouw douchehokje is ook nog kleddernat. Sterker nog, ik zie zelfs haren in het putje drijven. Als we het toch over smeerboel hebben, dan weet ik nog niet welk hokje er beter uitziet. De jouwe of de mijne. Wat vind jij?’ Plotseling draaiden de drie hoofden zich naar Marlies. Haar gezicht was nog dieprood van het hardlopen, anders had haar kleur verraden hoe stompzinnig ze zich op dit moment voelde. Natuurlijk, die Linda had allang in de spiegel gezien dat zij hier stond te draaien als een onhandige kleuter. ‘Ik, eh...’ ‘Zij vindt het ook schandalig’, onderbrak Kitty. ‘Zij staat hier al jaren, zij weet hoe we hier met de spullen omgaan. Het is de normaalste zaak van de wereld dat je andermans zaken netjes behandelt. Zo steken wij hier in elkaar. Als je dat niet aankunt, moet je een andere camping zoeken. Er zijn er hier genoeg.’ ‘Zo is het maar net!’ Een diepe stem galmde vanaf de andere kant van het wasgebouw over de hoge muur die het mannengedeelte van het sanitair van de douches, toiletten en wasbakken voor de vrouwen scheidde. Marlies herkende de stem van Leo. Hij had Linda zeker nog niet ontmoet. Anders zou hij zich er nu vast op een heel andere manier mee bemoeien, die eeuwige vrouwenjager. Ze hoorde hem met stevige halen de handdoek langs zijn brede rug vegen. ‘De sensatie van de Veluwe. Ik had het moeten weten toen ik deze vakantie regelde.’ Linda klonk steeds nijdiger. ‘Als een camping zich een sensatie noemt terwijl de meeste spanning hier veroorzaakt wordt door de weersverandering, is dat al verdacht. Jullie proberen je campingleventje op te peppen door anderen te treiteren. Maar ik ga niet weg, ik heb betaald voor de komende twee weken. Dus zo lang zul je me op je prachtige camping moeten dulden. Ik wis mijn douchehokje totdat je van de vloer kunt eten. En weet je wat? Ik doe jouw hokje daarna. Als mijn spraakzame buurvrouw klaar is met douchen, doe ik de hare ook. Vooruit, het is vakantie en ik heb hier alle tijd. Zó doe ik dat hier!’ Een applaus klonk vanaf de andere kant. ‘Je hebt het weer voor elkaar Kitty! Opnieuw iemand die voor je aan de slag gaat. Alle hulde!’ ‘Houd je waffel, Leo. Ik herken je heus wel. Je denkt toch niet dat ik me door zo’n hoteltrut in d’r dure badjasje belachelijk laat maken? Wegwezen jij, ik maak zelf schoon en daarna mag jij.’ Kitty greep zich vast aan de wasbak en trok zich moeizaam omhoog uit de stoel. Ze sloeg de arm van Anja weg, de föhn maakte een krakend geluid toen hij de tegelvloer raakte. ‘Hier met die trekker. Ik mag dan slecht ter been zijn, ik denk dat mijn handen vaker hebben gepoetst dan de fluwelen vingertjes van deze kakmadam.’ Marlies zag dat Anja zich inhield om haar zus weer terug op de stoel te duwen. Iedereen was altijd een beetje bang voor Kitty. Op dit moment had ze vooral te doen met de beverige vrouw die met een pijnlijk vertrokken gezicht alle moeite deed om te blijven staan. Haar lichtgekromde benen trilden toen ze de wisser over de vloer probeerde te bewegen. ‘Ga maar douchen buuf’, grijnsde Linda naar haar. ‘Dan kan ik jou straks wél van dienst zijn.’ ‘En ik ben er ook nog, vergeet vooral mij niet!’ Leo bulderde om zijn eigen grap. Marlies ontmoette Anja’s blik. Ze waren nooit vriendinnen geworden, terwijl ze al van jongs af naar elkaar toetrokken. Eindeloos had ze gedraald voor Anja’s caravan toen ze ontdekte dat zij wel de felbegeerde roze Barbiecamper had en later zelfs poppenzusje Skipper in cheerleaderoutfit kreeg. Toen Marlies het eindelijk aandurfde naast Anja op het speelkleed in de tuin te schuiven, was oudere zus Kitty er als de kippen bij om de meisjes belachelijk te maken. Anja’s man Ger was zo mogelijk nog luidruchtiger dan Kitty. Niet zo vreemd dat Anja in de loop der jaren onzichtbaar werd, eigenlijk een wonder met haar omvang. ‘Echt schoon is het niet, hè?’ Linda nam de wisser over. Ze maakte Kitty’s klusje af en ging schijnbaar onverstoorbaar verder met de vloer in haar eigen douchehokje. Marlies schrok van Kitty’s gezicht. Die pakte de föhn waar inmiddels een flinke barst in zat en gooide hem richting Linda. Een woedende kreet volgde. Met een pijnlijk vertrokken gezicht strompelde de buurvrouw uit het hokje, haar hand wreef over de plek op haar dijbeen waar ze geraakt was. Dat zou een lelijke blauwe plek worden. ‘Ben je nu helemaal besodemieterd! Je mag dan gehandicapt zijn of wat je probleem dan ook is, maar je gaat niet zomaar gooien met apparaten. Idioot mens. Als er iemand is die een andere camping moet zoeken, ben jij het. Ik ga direct een klacht indienen, je bent een gefrustreerd, gevaarlijk...’ Ze greep Kitty bij haar arm en begon te vloeken in krachttermen die Marlies nog nooit gehoord had. De situatie begon uit de hand te lopen. Ze moest iets doen, maar wat? Kitty had inmiddels haar arm losgerukt en scheurde woest aan Linda’s badjas. Anja stond het huilen duidelijk nader dan het lachen. Het was niet de eerste keer dat haar zus zo te keer ging. Marlies had niet eerder gezien dat Kitty opzettelijk iemand pijn wilde doen. ‘Dames, dames!’ De deur vloog open en nam een stroom frisse ochtendlucht mee naar binnen. Leo rende naar binnen, slechts gekleed in zijn geruite boxershort met een vochtige handdoek om zijn nek geslagen. Hij werd op de voet gevolgd door Bert in zijn keurige grijze broek met wit overhemd. Hij nam direct het heft in handen. ‘We kunnen jullie over de hele camping horen. Wat is er aan de ha...?’ Leo’s mond viel langzaam open. Bert knipperde met zijn ogen. Hij deed alsof hij zich wilde omdraaien maar bleef vervolgens verstijfd staan. Alleen Kitty had niets in de gaten. Vanaf haar klapstoel maakte ze woedende bewegingen naar Linda. Daar stond haar buurvrouw, slechts gekleed in haar goudkleurige slippers. De badjas die nog even aan haar linkerschouder bungelde, gleed sierlijk op de grond. Heel dun was ze niet, maar met die rondingen en dat beetje vet op haar heupen mocht ze niet zeuren. Marlies zou een moord doen voor het figuur van haar buurvrouw. Het leek eindeloos te duren voordat iemand reageerde. ‘Ooooh!’ Anja sloeg haar hand voor haar mond en greep de ceintuur die Kitty uit Linda’s badjas had getrokken. ‘Ooooh, wat spijt me dit, wat spijt me dit. Dit had natuurlijk niet mogen gebeuren.’ Haar wangen en decolleté vulden zich met rode vlekken. Een felle golf van verontwaardiging overviel Marlies. Ze greep de badjas van de grond en ging voor Linda staan die hem zenuwachtig aansjorde. Hoe durfden die mannen zo naar haar te staren. Vooral Bert! Hij had tenminste het fatsoen kunnen hebben zich om te draaien in plaats van het moment te benutten Linda’s lichaam uitgebreid te bekijken. Ze had het wel gezien, dat opvlammende licht in zijn ogen. Leo mompelde als een geschrokken jongetje met een paars aangelopen hoofd een ‘sorry’ voordat hij zich snel uit de voeten maakte. Bert had eindelijk zijn aandacht verlegd en inspecteerde de uit elkaar gevallen föhn die op de nog drijfnatte vloer lag. ‘Dank je.’ Linda keek haar met een beverig lachje aan, haar ogen vulden zich inmiddels met tranen. Over haar wang liep een diepe, vurige kras, haar lip bloedde. ‘Weet je wat? We laten de boel hier de boel en jij komt bij mij koffie drinken voor de schrik. Ze komen er hier vast wel uit met elkaar.’ Marlies voelde de ogen van Bert in haar rug prikken toen ze Linda aan haar arm mee naar buiten nam. Hoe haalde hij het in zijn hoofd een campinggast, een losse nog wel én bloot, zo openlijk aan te staren. Wat Kitty betreft, die moesten ze eens naar een goede specialist sturen, die was zo gek als een deur. Hoe durfden ze. Die arme Linda. Natuurlijk was ze geen kakmadam, ze was gewoon eh, anders.
‘Ik kan dus niet meer de camping over’, concludeerde Linda nadat ze minutenlang stoom had afgeblazen over ‘die hysterische kreupelheks’. Ze keek somber voor zich uit, haar handen om de vergeelde koffiemok geslagen. Vanuit de caravan klonken televisiegeluiden, haar kinderen zaten in pyjama dicht tegen elkaar aan op de bank naar een tekenfilm te kijken. ‘Wat een onzin.’ Terwijl ze het zei, besefte Marlies dat het helemaal geen onzin was. Dit voorval met een naakte vrouw erin, had grote kans één van de toppers te worden. Verhalen die jarenlang op de Zandrand verteld worden, met de jaren smeuïger en sterker aangedikt. Hoe later op de avond aan de kantinebar, hoe schunniger de variaties zouden worden. De beste roddels bevatten de mix van seks, schandalig en ‘dat-zou-mij-nooit-gebeuren’. Dat dit ordinaire vrouwengevecht met bloot na afloop een hit zou worden, daar twijfelde Marlies niet aan. Ze had te doen met Linda, haar vakantie was nog maar net begonnen en ze had het al met Kitty aan de stok. ‘Wat kan mij het ook schelen!’ Linda kreeg ineens iets strijdlustigs. Haar inmiddels opgedroogde krullen dansten om haar hoofd. ‘Ik ben hier maar een paar weken, al die mensen zie ik straks nooit meer terug. Nog koffie?’ Zonder een antwoord af te wachten, pakte ze Marlies mok, de bruine met de paardenkop die altijd Freeks favoriet was geweest als ze bij de buren koffiedronken, en liep de caravan in. Linda had ergens wel gelijk. Wat gebeurd was, was gebeurd. Gekletst werd er toch. Dan kun je er maar het beste van maken. Alsof zij niet wist hoe dat voelde. Nagekeken worden. Stiltes die vallen als jij binnenkomt. Hoe vaak had ze niet overwogen nooit meer naar de Zandrand te gaan. Onmogelijk, een groot deel van haar leven lag hier. Zolang de gelukkige momenten overheersten, liet ze zich het zorgeloze buitenleven niet afnemen. Bovendien, haar ouders zouden het niet accepteren. Ze wist hoe vasthoudend ze konden zijn als ze het ergens niet mee eens waren. Wat was het overal nog stil. Ze had het idee dat ze er al een hele dag had opzitten. Aan de geluiden en bewegingen uit de caravans maakte ze op dat het nog geen tien uur was. Ze zwaaide naar Gerard aan de overkant, die was natuurlijk al wakker. Vanuit hun elf meter lange Atlas Aurora kwam ook een reactie. Tine was aan het stofzuigen, Gerard zette een paar extra tuinstoelen om de tafel. De kinderen zouden zo wel komen, die sloegen een compleet verzorgde zondag met deze temperaturen zeker niet over. Bij haar heerste ook nog stilte. Hans lag zachtjes te snurken, Freek had zich begraven onder zijn kussen en laken. Attent voorstel van Linda om koffie te drinken in haar tuin. Ze schrok op door het piepende geluid van een raam dat werd geopend. Een korte kuch, het geklik van een aansteker. Deze coniferenheg bood minder privacy dan aan haar kant. ‘Nou, je hebt me meteen wel van top tot teen leren kennen, hè?’ Linda liet die vreemde giechel weer horen. Die had dus niks te maken met drank, dit was blijkbaar haar lachje. Alsof ze nog een puber was. ‘En je bent helaas niet de enige.’ Marlies draaide ongemakkelijk met haar hoofd, wees met haar kin naar de buurcaravan en keek Linda toen nadrukkelijk aan. Ze kon de hersencellen onder Linda’s krullen bijna horen zoemen. ‘Wat? Oooh.. juistem. Publiek?’ Marlies knikte en begon een warrige uiteenzetting wie aan het graspad bij welke caravan woonde en bewaarde Leo en zijn vrouw Marieke als een van de laatsten. Ze hoorde zichzelf ratelen met een stem die hoger en hoger rees. Straks stikte ze nog in haar eigen woordenbrij. Ze voelde zich steeds ongemakkelijker onder de grijns van haar buurvrouw. ‘Ik begrijp dat iedereen hier in de buurt keurig getrouwd is en dat wil blijven? Er zijn geen hunkerende mannen die ik deze vakantie kan versieren? Die ik mijn caravan in kan slepen voor een bakje koffie met iets lekkers? Dat méén je niet! Ik had juist begrepen dat de Zandrand zo’n swingende camping was, de sensatie van de Veluwe. Het zal toch niet? Heb ik alle tijd om me plezierig over mijn ex heen te zetten, ben ik in een puriteins lustoord beland!’ Swingend. Hoe kwam die Linda erbij! Het oudere stel in de zogenoemde wipcaravan bij het bos deed al jaren aan partnerruil. Een tijdje met de buren, daarna wisselde een vast clubje stellen elkaar af. En Harry de Vries nam het niet zo nauw. Maar dat was allemaal van horen zeggen. ‘Weet je hoe lang het inmiddels geleden is dat ik überhaupt een man gezoend hebt? Echt zoenen, begrijp je? Zo’n zalige, lange, warme tongzoen waar de hartstocht vanaf spat? Zijn handen in mijn haar, mijn benen tussen de zijne? Een kus die smaakt naar drank, pepermunt en nicotine? Zo’n vochtige die je nog minutenlang proeft. Oh, dat zijn de aller-, aller-, allerlekkerste.’ Verbijsterend. Wat moest ze hier nu van denken? Dit gesprek was zo mogelijk nog gekker dan die hele scène in het toiletgebouw. Een beetje over zoenen praten met een wildvreemde. Wat had zij te maken met de behoeftes van deze vrouw. Gescheiden was ze. Ja, Marlies begreep wel waarom. ‘Eh...’ Linda zat blijkbaar niet op een antwoord te wachten. Ze draafde door over het recht van de vrouw die dan misschien niet elke minuut aan seks dacht, maar toch zeker haar behoeftes had. Kon ze met goed fatsoen opstappen en wegwezen? Die arme jongens, wat moest daar van terechtkomen met zo’n moeder. Verdorie, nu stond ze op en ging ze er vandoor. Eindelijk douchen. Marlies zette vastberaden haar beker op het bijna uiteengevallen houten bijzettafeltje en schoof haar stoel onhandig achteruit. Gelukkig bleef dat mens maar twee weken. Ze zou de komende tijd veel bij haar ouders langsgaan. Misschien konden zij en Hans eindelijk eens die meerdaagse fietstocht door de koninklijke kroondomeinen maken. Als ze terugkwamen, was deze aandachttrekker verdwenen. Wieieiehoeps! Het hekje klapperde ongemakkelijk in zijn voegen. ‘Daar moet nodig eens naar gekeken worden.’ Bert liep terug naar het hek en bekeek het nauwkeurig, alsof hij speciaal gekomen was om groot onderhoud te plegen. Linda draaide om als een blad aan de boom. Verbazingwekkend hoe ze ineens leek op de koele dame van de onderwijsinspectie die een paar keer per jaar de school waar Marlies werkte, bezocht. ‘Ik begrijp dat u de eigenaar van de camping bent. U was er gister niet toen ik incheckte. Ik neem aan dat u inmiddels weet wie ik ben?’ Op haar wangen verschenen rode blosjes. Ze was toch niet zo’n heel koele tante. Bert wilde antwoorden, maar de buurvrouw was hem voor. ‘Het spijt me enorm dat het net zo uit de hand liep, maar ik accepteer van niemand dat ik op zo’n onbeschofte wijze gecommandeerd wordt. Deze dame zal ongetwijfeld zo haar redenen hebben om de boel te terroriseren, het lijkt me geen pretje zo hulpbehoevend te zijn. Ik hoop dat ik de komende twee weken niet nog meer van dit soort confrontaties hoef mee te maken. Als u vermoedt van wel, dan pak ik direct mijn boeltje en vertrek. Ik begrijp het tenslotte heel goed dat u een vaste campinggast eerder het voordeel van de twijfel geeft dan zo’n huurder als ik die twee weken komt aanwaaien.’ Marlies ontmoette de blik van Bert. De doorgewinterde directeur was in lichte verwarring. Dacht hij nu terug aan dat moment in het toiletgebouw? Bert draaide zijn hand toch niet meer om in dit soort conflicten te bemiddelen? Meestal ging het over geluidoverlast of de afscheiding van de campingplek. Lichte irritaties groeiden uit tot buitensporige onverdraagzaamheid die van de gezapige ochtend tot de actieve avond de gesprekken en stemming bepaalden. Een boom die zorgde voor schaduwoverlast. Kinderen die de Afrikaantjes geplet hadden tijdens hun zoektocht naar de verdwenen bal. Een tuinsproeier die te dicht bij de grensafscheiding stond. De heg te slordig of niet gesnoeid, de buitenlamp te fel, de bladblazer te luidruchtig of het feestje te laat... Schijnbaar kleine voorvallen die zo te verhelpen zijn als je elkaar er meteen op aanspreekt. Zoals met buurman en buurvrouw die, nadat buurmans gehoorapparaat het middenin de zomer begaf, hun televisie elke avond op volle sterkte zetten. Durf dat maar eens als je met types als Ger of Kitty te maken kreeg. Marlies wist dat zo’n kleine ergernis kon uitgroeien tot een onoverbrugbaar conflict. Haar ouders die altijd voor iedereen klaarstonden, spraken al drie jaar niet meer met hun naaste buren. De pesterijen wederzijds waren gestopt, het contact bestond nu uit het actief negeren van elkaar. Dat bleek best vermoeiend als je elkaar de hele dag tegenkwam, gesprekken door de heg kon horen en tijdens de kaartclub en de talloze feestjes net moest doen alsof de buren er niet waren terwijl dat het eerste was waar je naar uitkeek als je de kantine inliep. Hoe het ooit was begonnen? Had haar vader niet zonder het te melden, de wederzijdse heg gesnoeid? Te kort, naar buurmans smaak? Had buurman toen niet papa’s heg aan de voorkant net zo kort gesnoeid, wat dan weer niet de bedoeling was? Daarna sneuvelde een plantenpot, een scheerlijn van de partytent bleek doorgeknipt en zo ging het maar door. Haar vader was zeker niet onschuldig. ‘Laten we niet op de zaken vooruitlopen, mevrouw..?’ Bert stak zijn hand uit en Linda drukte deze kort. ‘Linda van Vliet, voorheen Woestenberg. Die laatste naam komt u waarschijnlijk tegen in uw gastenbestand, hij staat nog in mijn paspoort. De achternaam van mijn ex-man, begrijpt u.’ ‘Mevrouw van Vloten, eh, van Vliet. Het spijt me van de eh... vervelende situatie waarin u net terechtgekomen bent. Kitty is inderdaad al jarenlang mijn gast op de Zandrand. Dat betekent echter niet dat zij de regels bepaalt waaraan de gasten zich op deze camping moeten houden. Kitty kan nogal eh... dominant overkomen. Ze bedoelt het zeker niet kwaad, dat kan Marlies beamen. Toch?’ De groeten. Hij haalde zijn eigen kastanjes maar uit het vuur. Met zijn gegluur. ‘Dag Linda, bedankt voor de koffie. Ik ga richting douche, dat is er nog steeds niet van gekomen.’ ‘Graag gedaan. Jij trouwens ook bedankt. Vergeet je niet na afloop je douchehokje aan te vegen!’
Linda Wieieiehoeps! Weg was Marlies, met een zwaai naar de buren aan de overkant. Ze was hier nog geen 24 uur, had al kennisgemaakt met de halve camping, schreeuwende ruzie gehad, niet bepaald vriendinnen gemaakt met de buurvrouw en in haar paar kilo teveel naakt voor de ogen van twee mannen gestaan. En één van die twee was precies degene die ze op een heel andere manier had willen ontmoeten. De eerste indruk is cruciaal, leerde ze ooit op een sollicitatietraining. In de eerste tien seconden van de ontmoeting wordt een mening gevormd, de lichaamstaal van de ander kan de doorslag geven... Hij stond hier overigens nog, in zijn kraakheldere witte hemdsmouwen en linnen broek. Het werd hoog tijd dat ze die waardeloze badjas verruilde voor iets gekleders. Hoe kon ze het überhaupt nog dragen met zo’n man naast zich. Nou ja, als hij toch geen aanstalten maakte weg te gaan... ‘Koffie?’ Ze zag hem even twijfelen terwijl hij op zijn horloge keek. ‘Vooruit. Het is allemaal niet niks. Dit soort akkefietjes gebeurt gelukkig zelden op de camping, maakt u zich niet ongerust. Zwart graag.’ Ze schoot in de slaapkamer snel in haar zwartwit genopte rokje en zwart hemdje nadat ze opnieuw de Senseopads had geïnstalleerd. Als ze zo doorging met koffie aanbieden, had ze aan die grootverpakking over een paar dagen al niet meer genoeg. Dat was eigenlijk hoopvol. Niets triester dan in je eentje zo lang met een familiepak moeten doen dat een deel van de inhoud voortijdig bedorven is. Zou ze haar haar nog opsteken? Hé, wat zie je er goed uit! Haar spiegelbeeld verraste haar. Gister leek ze net een ontplofte aardbei, rood aangelopen met pukkeltjes en die koortslip. Het telefoontje van Frits was ook niet bepaald goed voor haar zelfvertrouwen. De buitenlucht verrichtte wonderen. Ze moest oppassen dat ze geen overdosis kreeg na vannacht op die zalige veranda. Deze aandacht was ook niet verkeerd, gaf ze zichzelf toe nadat ze besloot dat het te veel tijd koste haar krullen vast te zetten. Natuurlijk had ze die blik in de ogen van beide mannen opgemerkt. Zo had Frits het laatste jaar niet meer gekeken. Hij keek eigenlijk helemaal niet meer. Waarom zou hij ook, hij had toen allang Trisha die al zijn liefdespotentieel opeiste. Zoveel testosteron bezat ie nou ook weer niet. Er drong gebrom door vanuit de tuin. Ze zag door het voorraam Gerard voor haar hekje staan, in zijn rechterhand een vuilniszak. ‘Môgge Bert! Stuk beter dan vannacht toch. Dat was me het onweertje wel. Ik had er al op gerekend, het overkomt me geen tweede keer dat mijn luifel stukscheurt. Krijg je koffie van onze nieuwe overbuurvrouw? Ze was gister nog bij ons, even bijkomen na al dat gesjouw in die hitte. Dat is toch het minste wat je kunt doen als buren. Ze was maar wat blij dat ze even kon zitten. Zo’n vrouwtje alleen met twee van die drukke jongetjes. En geen hulp accepteren hè. Moet ze vast nog aan wennen, dat we hier allemaal voor elkaar klaarstaan.’ Ze kon zijn antwoord niet horen, de spugende Senseo overstemde elk geluid. Jonas en Siem renden in hun pyjama met opgebolde wangen van de krentenbol het grasveld op. Ach, het was vakantie. ‘Vindt u het erg als ik een sigaret opsteek?’ De campingdirecteur tastte in zijn broekzak. ‘Alleen als u er ook een voor mij heeft en mij vanaf nu tutoyeert’, antwoordde Linda. Ze zette de koffie voor zijn neus, speciaal geschonken in de enige beker uit het bovenkastje met het campinglogo. ‘Prima. We zijn hier eigenlijk niet zo formeel op de Zandrand. Dat zult u wel merken.’ ‘Daar hadden we het net over’, viel Gerard in die nog steeds achter het hekje stond. Hij keek alsof hij ook best trek in koffie had, de vuilniszak had hij inmiddels aan zijn voeten gezet. ‘Môgge buurman, ben je droog gebleven vannacht?’ Gerards stem galmde over het grasveld, een bulderende lach volgde. Ze had Marlies dus goed begrepen. Die glijerige Leo uit het toiletgebouw was inderdaad haar buurman. Hij liep naar Gerard, gaf hem een joviale mep op zijn schouder en wierp een snelle blik haar tuin in. Ze zag zijn wangen vanaf deze afstand verschieten. Wat moest hij wel van haar denken met haar geschifte verhaal over tongzoenen. Ze had het in een opwelling geroepen, in de opwindende wetenschap dat er iemand achter de heg geschokt naar haar luisterde. Heerlijk, het was net alsof ze weer vijftien was en haar leraar Engels zat te sarren en uitdagen met haar vriendinnen. Die arme man, zou hij nog wel eens aan haar terugdenken nu hij in het gunstigste geval met pensioen was? Leo plukte een denkbeeldig grassprietje van zijn nylon sportbroek en grinnikte vanonder zijn snor. ‘Ik ben de boel aan het nalopen, Gerard. Maar ik verwacht geen lekkages meer, ik heb de boel aardig dicht gekit.’ ‘Toch niet alles, buurmannetje. Dat zou zonde zijn. Hahahaha!’ Gerard vond zijn dubbelzinnige grappen erg geslaagd. Leo wist zich geen houding te geven. Hij stak zijn hand nog even op naar Bert en haar en maakte toen rechtsomkeert. Hopelijk zouden ze na een paar ongemakkelijke ontmoetingen weer normaal kunnen doen. Ze leefden de komende dagen toch akelig dicht op elkaar. Bert hield zijn aansteker voor. Zijn kruidige aftershave kroop haar neusgaten in, zonder twijfel Egoïste van Chanel. Deze man had beslist iets. Zoals hij haar trillende hand kort vastgreep omdat de sigaret maar niet wilde branden. Haar hart maakte een sprongetje bij het vastberaden gebaar. De droge, eeltige huid van een buitenman. Ook al leek hij al ruimschoots de vijftig gepasseerd, hij straalde een kracht uit die onweerstaanbaar aantrekkelijk was. Heel anders dan Frits. Het werd bijna kinderachtig hoe hij het jongensachtige imago in stand probeerde te houden. Als ze wilde waarmaken wat ze net zo luidruchtig had verkondigd, was deze campingbeheerder tot nu toe de meest waarschijnlijke optie om dat extraatje bij de koffie te geven. Enige kink in de kabel zou de trouwe echtgenote zijn. Een kuchje kondigde aan dat Gerard nog steeds op zijn plek stond. ‘Dan ga ik maar eens de vuilnis naar de container brengen. Je zult hem met deze temperaturen wel vaker laten legen, Bert?’ Er kwam geen antwoord. Berts reactie volgde pas na een stevige trek aan zijn sigaret. Gerard greep de zak en kuierde weg met een joviale zwaai. Er werd heel wat afgezwaaid hier. Goed voor haar sluimerende RSI-klachten. ‘Gerard is een beste kerel’, vond Bert. ‘Ik weet niet of je nog gezelschap krijgt? Anders staat hij altijd voor je klaar mocht je bijvoorbeeld problemen krijgen met apparaten of lekkage. Hans van hiernaast is ook een handige vent, de man van Marlies. Hij is er alleen niet veel deze zomer, hij heeft momenteel veel schilderklussen.’ Linda twijfelde. Zou ze voorzichtig uitvissen hoe het zat met de fatsoenlijke echtgenote achter deze resolute man? Ach, wat kon haar het schelen, die eerste indruk was al gemaakt. Hij had haar van top tot teen naturel gezien, tekeergaand als een viswijf. Al zou hij nog maar één keer met zo’n blik naar haar kijken, dan was een goede stap gezet op weg naar de zelfbewuste vrouw die ze weer wilde zijn. ‘Volgens mij staat de Zandrand als hoofdverhuurder in mijn contract’, zei ze. ‘Dus als iets niet functioneert, dan klop ik eerst bij de receptie aan. Is er altijd iemand aanwezig? Jij? Of je vrouw misschien?’ Verdorie, dit was wel heel doorzichtig. Ze was er helemaal uit, dat ingewikkelde spel van subtiel aantrekken en afstoten. ‘De receptie is deze hoogzomerweken de hele dag en avond geopend. Als er ‘s nachts een calamiteit is, kun je me altijd mobiel bellen. Het nummer vind je in de informatiemap bij je huurcontract. Daar tref je overigens ook het recreatieprogramma van de komende weken. Je boft, je maakt de toppers in ons vermaak mee. Overmorgen de zeskamp, daarna het pannenkoekenfeest, de brunchspeurtocht, de Zandrandbazar en de tropical party, mét karaoke. Voor je kinderen is er elke dag van alles te doen. Laat ze maar naar de Boomhut komen. Dus jij kunt lekker vakantievieren terwijl zij door ons recreatieteam worden beziggehouden. Ik zag dat ze al vriendjes hadden gemaakt?’ Had hij ogen in zijn achterhoofd? Er ontging deze alerte beheerder blijkbaar niet veel. Ze noteerde het op het lijstje achterin haar hoofd. Als zij indruk wilde maken, moest ze ’s ochtends vroeg geen verse broodjes meer bij de supermarkt halen met haar nog dik opgezette slaapogen. De comfortabele oude joggingbroek die ze eventueel voor heel late uurtjes in haar uppie had meegenomen, ging achterin de kast. ‘De zeskamp is trouwens niet voor je kinderen, het is onze populairste volwassenenactiviteit. Als je graag wilt meedoen, kan ik je bij een gezellig team indelen. Leer je meteen mensen kennen’, raadde de directeur aan. Hij nam de laatste slok uit de gekraste oranje beker, geen kopje paste bij elkaar in deze caravan, en stond op, tevergeefs de vouwen uit zijn broek strijkend. Niet praktisch, linnen op de camping. Toen hij het hek voorzichtig achter zich sloot, keek hij even om. Er dansten vonkjes in zijn ogen. ‘Overigens... bij mijn weten is geen mevrouw Westerink!’
Ze was bijna weggedommeld tot een paar woorden haar klaarwakker schrokken. Vanonder het tijdschrift dat ze over haar gezicht had gelegd tegen de felle zon, gluurde ze opzij. Een kleurig gezelschap had zich naast haar geplant, de grote badlakens met palmen en biermerken royaal uitgespreid over de nog beschikbare ligstoelen en de gloeiende terrastegels ernaast. Hun kinderen sprongen meteen in het zwembad, Jonas en Siem werden al herkend. Haar kinderen waren geboren socializers. Een camping waar achter elke heg vriendjes tevoorschijn konden springen, was voor hen een paradijs. Als dit goed beviel, zou ze er nog een flinke hijs aan krijgen ze ooit een huisje of hotel in te krijgen. ‘Het blijft een raar mens. Maar waar rook is, is vuur zeg ik altijd. Weet je nog vorig jaar, die scheur in de voortent hierneffe? Ik zag het spoor van haar tuut overduidelijk in de modder staan. Sorry dat ik het zeg, maar da buurmenneke ha ‘t er zelf naar gemaakt. Altijd zijn auto zo parkeren dat Kitty’s hekje aan de achterkant geblokkeerd is. Staat ze weer urenlang te toeteren totdat ie hem weghaalt. Nee, ik ga allemaal niet vergoeilijken. Maar zoals ik al zei, waar rook is, is vuur.’ Een hoge stem met hetzelfde Brabants accent viel in: ‘Ik heb Anja nog nooit zo boos gezien. Goed van d’r, die pikt alles maar van d’r zus. Hoe die dat toch met z’n allen uithouden in een caravan, het is een godswonder. Het zal me niets verbazen als da vrouwke al naar huis is. Ze schijnt poedelnaakt voor Bert te hebben gestaan.’ Linda zakte dieper onderuit op het ligbed, het tijdschrift benam haar bijna de adem. Nadat het gelach verstomd was, giechelde ze opgewonden: ‘Ik geef eerlijk toe, ik had er best bij willen zijn. Kitty schijnt die arme meid bewerkt te hebben met de wisser. De rode striemen zaten tot in haar nek. Je zou er zo de politie bij kunnen halen. Dát doet de knappe campingdirecteur natuurlijk niet. Voor je het weet, staat het in de Veluwse courant. Slechte reclame kan ie niet gebruiken. Zo is ie dan ook wel weer, eerst denken om zijn eigen hachie...’ ‘Nou, nou, zo kan ie wel weer.’ Een doorrookt gebrom onderbrak de vrouw die de indruk wekte pas net op dreef te zijn. ‘Je kunt Bert niet kwalijk nemen dat hij zijn zaakjes het liefst zelf op orde houdt. De politie voert hier nooit iets zinnigs uit. De laatste keer dat ze die jongens van de Dennenheuvel hadden opgepakt, zag ik ze een paar uur later alweer op het plein in het dorp lopen. Die lachen er gewoon om.’ ‘Vind je het gek! Daar zit zo’n donkere tussen. Die hitst ze allemaal op. Als er stront aan de knikker is, is hij erbij. Moet je maar opletten. Ik zeg je, die jongens zijn stuk voor stuk geen lieverdjes, maar met hem erbij worden het kleine crimineeltjes. O, daar zul je Anja hebben. Mijn hemel, wat ziet ze er weer uit. Hé Anja, hoihoi!’ Nu kon ze geen kant meer op. Misschien was het slimmer meteen de confrontatie aan te gaan. Ze hield het bovendien geen seconde langer meer uit onder die zware vakantiespecial. Het felle zonlicht verblindde haar, snel schoof ze de Ray Ban voor haar ogen. Zonder haar op te merken, liep Anja langs en voegde zich bij de buren. Ze droeg een gesmockt badpak met voorgevormde cups, om haar middel had ze een gebloemde pareo geknoopt. Haar bleke huid stak nog witter af tegen het zuurstokroze. Roze, wat hadden de vrouwen hier toch met die kleur? ‘Mama! Kijk dan! Ik ben hiehier!’ Ze tuurde het L-vormige zwembad af dat op dit moment een opeengepakte vergaarbak van krioelende armen en benen was. Ze ontdekte Siem in het diepe gedeelte, op de schouders van een forse jongen die uitdagend grijnzend haar zoon steeds harder heen en weer schudde. ‘Hoeeoeoe, haaaahaaa!’ De ongetwijfeld zeer aantrekkelijke spanning om op die hoge schouders te staan, maakte snel plaats voor angst. ‘Eng, dit is eng. Stoppen, stoppen!’ ‘Je vond het toch leuk?’ De jongen stopte niet, dit was net waar hij het allemaal voor deed. Zijn vriend had Siems vriendje op de schouders. Ze ploegden met de jongens al gillend het zwembad door, elkaar proberend om te duwen. Visioenen van een doodssmak op de betonnen zwembadrand of de gevaarlijk uitstekende glijbaan schoten door Linda’s hoofd. ‘Stoppen daarmee!’ Haar stem sloeg over van angst. Siems vriendje werd prompt losgelaten en landde op een klein meisje dat hartverscheurend begon te brullen. Haar zoon werd nog even uitdagend heen en weer geslingerd aan zijn bruine enkeltjes. Het verrassend koude water benam haar de adem. Hoe hielden die kinderen het hier zo lang uit. Met een arm greep ze naar Siems been, ze moest op haar tenen staan om erbij te kunnen. ‘Jordi, stop daarmee. Je hebt die mevrouw gehoord!’ De hulp kwam uit onverwachte hoek. Anja stond aan de kant en gebaarde boos naar het stuk onbehouwen. ‘He, jij bent mijn moeder niet. Ik bepaal zelf wel wat ik doe.’ Ze zag het groepje achter Anja nieuwsgierig toekijken. Zou Anja de strijd winnen of droop ze en public af, een triomfantelijke puber achterlatend? Plotseling hoorde ze overal om zich heen brullen van het lachen. Anja had haar hand voor haar mond geslagen. Twee zachte handjes vleiden zich om haar rechterbovenbeen, Jonas kwam dekking zoeken bij zijn moeder. De vlindertjes om zijn armen waren een slag gedraaid in de worsteling. Nu schoot Linda ook in de lach. Die kleine rakker had het voor zijn grote broer opgenomen. Brothers forever, de strijdkreet van haar zonen, bleek als het erop aankwam, uit meer dan loze woorden te bestaan. Jonas had de toch al gevaarlijk afhangende, Burberry-geruite zwemshort van de veel grotere jongen met zijn kleine handjes stevig naar beneden getrokken. Als je boos bent, kun je alles. Nou ja, bijna alles. De jongen probeerde verhaal te halen bij Anja. De bromstem, een boomlange man met een huid als een kreeft, vatte hem bij zijn arm en duwde hem het hek door dat het zwembad afsloot voor loslopende zwemdiplomalozen en zwalkende dronkelappen. ‘Jordi, Jordi, relax toch kulleke, hoorde ze hem nog zeggen. Hier gebeurde dus wat volgens haar ouders vroeger de normaalste zaak van de wereld was. De laatste keer dat zij in het openbaar iets had durven zeggen over het gedrag van een ander kind, kreeg ze een woedende moeder over zich heen. Uren later had Jonas nog rode ogen van al het zand dat die verwende koter erin gemept had. Ze sloeg haar badlaken om Siem. Bibberend kroop hij op de ligstoel en keek naar Jonas die alweer het water insprong, zijn vriendje achterna. ‘We blijven elkaar in benarde situaties tegenkomen’, nam Linda het initiatief. Ze stak haar hand uit naar Anja. Het leek haar geen onsympathiek mens, ze had de pech zo’n agressieve zus te hebben en een stel roddelende campingburen. Wie weet waren ze in Anja’s gezicht wel heel aardig. ‘Oh, jij bent het!’ Anja sloeg opnieuw haar hand voor haar mond. ‘Ik herkende je helemaal niet met ...’ ‘... met kleren aan’, vulde Linda aan. Ze bedacht hoe contrasterend ze er samen moesten uitzien. Een boze vrouw druipend van het water in een iets te kleine zwarte bikini en een twee keer zo brede, roze-met-wit afgezette vrouw die nog steeds haar hand voor haar mond hield. Miste er soms een tand of had ze een kunstgebit? ‘Ik ben Anja. Het spijt me, van alles trouwens. Mijn zus en haar zoon hebben nogal een nou ja, sterk karakter. Ze bedoelen het echt niet kwaad. Jordi is nog zo speels en ook heel sterk. Kitty kan hem niet altijd meer aan. Sorry. Ik vraag anders Bert nog wel of hij met hem wil praten. Dat hij de kleine kinderen met rust laat. Naar Bert luistert hij altijd. Die heeft overwicht, weet je.’ Ze zag achter Anja een paar mensen elkaar aanstoten en naar haar wijzen. Haar ster was al rijzende. Die zeskamp was nergens voor nodig.
Drie gemiste oproepen. Eentje van Frits, twee van haar ex-schoonvader. Ze kon twee dingen doen. Hoewel de eerste, meest voor de hand liggende optie eigenlijk geen serieuze optie was. Je kunt niet lekker wegduiken in de nieuwste thriller van Simone van der Vlugt als die verwijtende stemmen tegen je blijven praten. Frits belde ze niet terug, die kon de pot op met zijn romantische vakantie in Kroatië. Zijn vader kon er niks aan doen dat zijn zoon aan zijn primitieve behoeften toegaf zodra eerste symptomen van de midlifecrisis zich hadden aangediend. ‘Linda! Fijn dat je terugbelt.’ De hartelijke stem van Frits’ vader veroorzaakte een licht schaamtegevoel. Hij had het nota bene nog voor haar opgenomen tijdens een van de laatste familiedineetjes als schoondochter. Ze kon nu al voorspellen hoe dit gesprek zou aflopen. ‘Goed dan, ik zorg dat ze volgende week om tien uur klaarstaan’, zuchtte Linda na het aanhoren van het uiteraard redelijke verzoek, waarna de steekhoudende argumenten volgden om op het verzoek in te gaan, afgerond met enkele welgemeende complimenten over haar goede moederschap. ‘Op één voorwaarde. Jij brengt ze de volgende ochtend op dezelfde tijd weer terug, zonder Frits of die bimbo erbij.’ ‘Lieverd, die bimbo zoals je haar noemt, is helemaal niet uitgenodigd. Ook wij moeten eraan wennen dat jullie niet meer samen zijn.’ Een korte kuch. Als Frits maar een greintje fatsoen van zijn ouwe heer bezat, was hij nu hier bij zijn gezin in plaats van als een overjarige puber rond te scharrelen in het morsige huurappartementje van zijn imitatieblondje. Hij zou in zijn gebruinde blote bast tegenover haar zitten, met zijn voeten op de groen uitgeslagen tuintafel, pilotenbril in zijn blonde haar, krant in zijn handen. Aan het omslaan van de bladen kon ze horen of hij daadwerkelijk las. Hij zou ineens ‘Moet je je niet insmeren, schat’ opmerken. En zij zou antwoorden of hij nog iets wilde drinken. Wanneer praatten ze nog met elkaar? Echt praten, zoals ze in hun beginjaren deden. Over dromen, twijfels, ambities, angsten. Hun informatie-uitwisselingen bestonden voornamelijk nog uit huishoudelijke mededelingen en de vorderingen van de jongens. Frits zag haar allang niet meer als een aantrekkelijke vrouw met wie je meer kon doen dan eten, slapen, de zorg voor de kinderen delen en vooruit.. als de puf er nog was en de oppas beschikbaar, een avondje voor twee doorspekt met weemoedige romantiek en een vleugje opwinding uit vroegere tijden, aangezwengeld door de liters rode wijn bij het diner. Als Frits op zo’n barbietrut viel, dan viel er voor haar niet veel meer te winnen. Ze zat overduidelijk strakker in haar vel, haar maten contrasteerden een stuk interessanter en nachtelijke avonturen waren haar vast nog niet vreemd. Wellicht hadden ze minder gespreksstof, maar Linda had niet het idee dat Frits eerste prioriteit op dit gebied lag. Siem en Jonas hadden haar gelukkig wel gemist de afgelopen drie weken. Elk kwartier kwam een van de twee even kijken of ze er nog was. Een opgetogen ‘doei mama’ en weg was hij weer. Op naar de hut in het speeltuintje een veld verderop: een saai klimrek dat met een paar lakens van vriendjes een prachtige, bloedwarme speeltent werd. Een kind van gescheiden ouders had ze altijd wat zielig gevonden. Nu had ze er zelf twee. Bedankt Frits, dat je dit mogelijk hebt gemaakt. Was het al tijd voor een roseetje? Ze moest opletten, een alleenstaande moeder met een slok op werd snel sneu. Het was een gezellige boel aan de overkant. Een horde kinderen rende de tuin in en uit, gewapend met enorme waterpistolen. Jonas en Siem hadden vanaf gepaste afstand een tijdje hunkerend toegekeken. Toen bleek dat geen van de kinderen van plan was die onbekende jongens bij het spel te betrekken, haakten ze af. Het waren vast de kleinkinderen van Gerard en Tine. Bezoek mengde zich blijkbaar niet met de campinggasten. Siem en Jonas hadden in die anderhalve dag dat ze hier waren, hun neus op sociaal vlak nog niet gestoten. Nee, dan hun mams... ‘Dag!’ Ze zwaaide naar twee oudere mensen die voorbij liepen en nadrukkelijk haar tuin inkeken. Ze hoorde het hekje van haar buurvrouw openklappen. Marlies kreeg bezoek, zij wel. Wat wil je als je hier ‘zowat geboren en getogen’ bent. Tussen al deze mensen die het hoorbaar heel gezellig met elkaar hadden, voelde je je nog meer in je uppie. Die Marlies was vast zo’n type dat voor iedereen klaarstaat. Zo’n fulltime moeder die zich op school opdringt als gevraagd wordt om hulp bij het luizen pluizen, de wekelijkse knutselmiddag of het zinloos rangschikken van de boeken op alfabet in de schoolbieb. Haar opspelende schuldgevoel verdween voor enige tijd naar de achtergrond wanneer ze het enthousiasme zag waarmee de vaste hulpmoeders hun taken verrichten. Het was eigenlijk maar goed dat het altijd dezelfde mensen zijn die hand- en spandiensten verrichten. Bovendien, haar buurvrouw was nog zo jong toen ze haar zoon kreeg, dan is het ook niet zo gek dat je je volledig inzet. Ze had waarschijnlijk toch niets beters te doen. Ze zag die tienermoeders van nu wel eens in de stad lopen. Hun kind onderuitgezakt in de buggy, mama ratelde ondertussen in haar met nepdiamanten versierde mobieltje, geroutineerd geklemd tussen haar oor en opgetrokken schouder, vrolijk zwaaiend naar al haar passerende vriendinnen. ‘Dag, alles goed met mij hoor. Jullie gaan winkelen? Leuk hè! Nee, ik moet naar huis. Tristan moet zo zijn slaapje doen. Ja, balen hè!’ Hoe oud zou die Marlies zijn geweest toen ze haar zoon kreeg? Zestien, besloot ze. Toen had zij net iets achter de rug wat leek op die langverwachte eerste keer. ‘Linda?’ Een aarzelende stem. Linda stak haar hoofd uit de smoorhete caravan waar ze inspecteerde of de koelkast nog wel koud genoeg bleef in deze hitte. Hij zat stampvol met verswaar, het zou toch niet gebeuren dat dit ding het begaf en ze weer in die vreselijke rij moest voor die vette patat en kroketten vol onduidelijke plakvulling. ‘Mijn ouders zouden het leuk vinden om kennis met je te maken.’ Buurvrouw Marlies stond duidelijk verlegen met de situatie voor haar hek. ‘Ik had verteld over, jeweetwel, over vanochtend. Niet dat dat hoefde trouwens.’t Is net een dorp hier. Ze vinden het heel vervelend voor je, dat geklets. Dus ze dachten dat je misschien wel zin had in een drankje...’ Linda had bijna met haar te doen. Ze leek wel een verlegen twaalfjarige die erop uitgestuurd was bij de drogist haar eerste pak maandverband te kopen. Haar lavendelblauwe doorknoopjurk droeg zichtbare sporen van onelegant luieren in de rieten loungestoel. Ze dacht razendsnel na. Als ze ja zei, zat ze misschien de rest van de vakantie aan dit soort beleefdheidsbezoekjes vast. Als ze nee zei, werd ze helemaal met de nek aangekeken. Een paar adresjes in de buurt konden best handig zijn gezien de omstandigheden. Van die Leo aan de andere kant hoefde ze het niet te hebben, die had al het nodige met haar. ‘Gezellig’, hakte ze de knoop door. Ze had nog even een blik op de spiegel willen werpen, maar Marlies bleef zo uitdrukkelijk wachten dat ze besloot meteen mee te gaan. Verloederen op de camping, dat had ze stoer naar Corine en haar andere vriendinnen geroepen. Dan was dit een goed begin. Vier paar ogen keken haar nieuwsgierig aan toen ze de tuin van de buurvrouw inliep. Een kleine man met een stevige buik over zijn broekriem waaraan een mobieltje wiebelde, stond direct op en liep naar haar toe. ‘Dus jij bent Linda, de onfortuinlijke vrouw die in de vechtlustige armen van onze zonnestraal van de Zandrand viel.’ Hij pompte haar arm heen en weer. Zou ze nu heel hard gaan spugen, zoals Jonas en Siem wel eens met elkaar speelden? ‘Mijn vader, Herman.’ Marlies wees Linda op de stoel naast de jongen met het schouderlange haar. Dat moest haar zoon zijn. Ze gaf hem een hand. Freek, heette hij. Leuke naam, die had ook hoog op het lijstje gestaan toen ze in verwachting was van Jonas. Ze maakte het rondje braaf af. Moeder Nel was een tanige, grijze vrouw wiens blauwe ogen Marlies geërfd had. Ze zag eruit alsof ze elke dag met alle plezier vijftig kilometer tegenwind fietste. Haar sportieve figuur contrasteerden scherp met het mollige postuur van haar dochter. De echtgenoot van Marlies verraste haar. Hij droeg een gehoorapparaatje, toch was het best een lekker ding. Een bruine kop boordevol lachrimpeltjes, mooie grijze ogen en een wilde bos door de zon gebleekt haar. Hij had een figuur alsof in ieder geval zijn bovenlichaam regelmatig de sportschool bezocht. Onder de korte mouw die om zijn bovenarm spande, zag ze nog net een stukje van een tatoeage vandaan komen. Néé, hij had toch niet de naam van zijn vrouw op zijn arm gezet? Voor ze het wist, had ze een enorme bel witte wijn voor haar neus staan. Iets te zoet, vermoedde ze al. ‘Wij hebben allang gehoord wat jij drinkt’, grijnsde vader Herman. ‘Die knallende plop gisteravond kon niets anders betekenen. Op de Zandrand blijft nooit lang iets verborgen. Tenzij je heel goed je best doet, zoals wij. Proost, dat je toch maar een gezellige vakantie mag hebben op onze camping.’ Marlies keek met een boos gezicht naar haar vader. Die twee leken een ongemakkelijke relatie te hebben. ‘Hoe ben je hier gekomen? Via de A1? Welke afslag? O ja? Nooit meer doen, je staat uren vast als je door het dorp moet. ‘T is elke week wat in de zomer. Optochten met opgetuigde platte karren, oldtimers of brommers, de boerenbraderie, de wielerronde... altijd is die weg afgesloten. Je hebt mooi mazzel gehad. Tjongejonge, weet je nog Nel, vorig jaar toen we Marlies en Freek ophaalden van het station...’ Marlies’ vader praatte bijna nog meer dan Gerard van de overkant. Als hij aan het woord was (wanneer niet tot nu toe?), eiste hij alle aandacht op met zijn harde stem. In elke zin benadrukte hij minimaal een woord terwijl hij haar aankeek. De rest van het gezelschap luisterde, waarschijnlijk al jaren geleden murw geslagen. ‘Hé, wat is dat geluid toch?’ Linda onderbrak hem lukraak, dit soort mannen kon nog uren doorgaan over drie keer niks. Het rare gepiep van gisteravond en –nacht begon weer. Het kwam beslist uit het bos achter de caravans. Het klonk heel anders dan haar beruchte tuinkabouter. Die bewees nu overigens wel zijn dienst door Jonas en Siem aan te kondigen. Zelfs vanuit de buurtuin kon ze de wieieiehoeps goed horen. De jongens, gerustgesteld dat ze in de buurt was, vertrokken alweer met een fles limonade en een zak Italiaanse soepstengels. ‘Dat zijn de boomklevers’, antwoordde Herman op gewichtige toon. ‘Ze zitten hier op de camping al jaren in die oude eikenbomen.’ ‘Volgens mij niet, pap.’ Marlies nam een slokje van haar wijn die ze zichzelf, na het glas water, toch had ingeschonken. ‘Volgens mij zijn die bosuilen terug en hebben ze kleintjes gekregen.’ ‘Onzin, Marlies. Jij hebt nog nooit een hert van een everzwijn kunnen onderscheiden. Echt Linda, Marlies is een schat van een meid. Maar als je natuurvragen hebt, zul je ’t een caravannetje of wat verderop moeten zoeken.’ ‘Onze Marlies heeft andere kwaliteiten, hè schat?’ grijnsde haar man. ‘Welke dan?’ Freek kwam niet meer bij van het lachen om zijn eigen grap. De drie mannen zaten wat stompzinnig te hinniken. Marlies keek in haar glas, alsof daar de woorden klaarlagen om dit trio snedig van repliek te dienen. ‘Weet je nog Freek’, begon Herman. ‘Toen je klein was, gingen we in de herfst vaak helikoptertjes zoeken. Je moeder altijd maar rondrennen achter de kantine waar die beukenbomen staan, terwijl ze toch echt elk jaar opnieuw van de esdoorn vallen. Zo hardleers zie je ze zelden.’ Liet Marlies zich dit zomaar zeggen? Vanochtend was haar buurvrouw nog kordaat genoeg om in te grijpen toen haar badjas op de tegels gleed. ‘Bedankt voor de wijn.’ Ze goot de laatste teug achterover, het was iets meer dan ze dacht. De zoete drank stuwde zich pijnlijk door haar slokdarm. ‘Marlies heeft gelijk, het zijn bosuilen. Ik heb bij Staatsbosbeheer de korte vogelcursus gevolgd, met vragen hoeft ze dus maar één caravannetje verderop.’ Niemand hoefde te weten dat het een collega was haar laaiend enthousiast over deze ministudie vertelde. Ze had de collega nog net niet uitgelachen. Een vogelcursus, hoe kom je erbij. Linda kon het niet nalaten er, bij sluiten van het hekje, over haar schouder aan toe te voegen: ‘Volgens mij is Marlies heel goed op de hoogte van wat er hier leeft en speelt. Misschien wel veel meer dan jullie bosjesmannen bij elkaar!’
|
