visitekaartje.gif

 

Voorproefje Campinggeluk

Even scrollen, dan lees je alles!

Wist je dat…

  • van de 36,2 miljoen vakanties die Nederlanders vieren, wordt de helft in eigen land doorgebracht, bij voorkeur in bosrijke omgeving
  • de Veluwe (Gelderland) een van de populairste vakantiebestemmingen is met bijna 3 miljoen vakanties
  • de caravan of andersoortig zomerhuisje favoriet is (30% kamperen, 45% huisje).
  • de laatste twee weken van juli (als Linda en Marlies op de Zandrand kamperen) de meest geliefde vakantieweken zijn
  • er jaarlijks 2,8 miljard euro aan de binnenlandse vakanties wordt uitgegeven
  • Campinggeluk gebaseerd is op ervaringen van de schrijfster. Een groot deel van het vertelde, is zo goed als waar

 

(Bron cijfers: ‘Vakanties van Nederlanders 2010’, CBS)

Proloog

Veluwe voetbaltoernooi

Zaterdag 10.00 uur, sportveld

 

∆ Het aantasten van de sfeer door wanordelijk of agressief gedrag, het plegen van vandalisme, overmatig alcoholgebruik of door welke oorzaak dan ook, of het in diskrediet brengen van de goede naam van camping de Zandrand, worden als overtreding van de regels beschouwd. Overtreding van deze regels kan leiden tot ontzegging van de toegang tot de camping voor kortere of langere duur, dan wel tot beëindiging van de standplaatsovereenkomst. U bent als recreant verantwoordelijk voor het naleven van de regels door u, uw gezin, uw bezoek en eventueel uw dieren.
(Artikel 1, reglement camping de Zandrand)

 

Het bloed leek overal te zitten.

Freek had niet mee moeten doen. Elke zomer werd er verdorie stennes geschopt. Het liefst rende ze nu meteen in haar vurige verontwaardiging het veld op. Freek was bijna zeventien, zou hij zich niet schamen als ze nu naar hem toeliep? Haar klompen leken vastgenageld aan de verse, witte krijtlijn die Bert vroeg in de ochtend zorgvuldig met hulp van het recreatieteam had aangebracht op het nog dauwende grasveld.

Freek knielde op het gras, zijn hoofd voorover gebogen. De coach kwam inmiddels aangerend, in zijn hand de verzorgingstas met het water en de spons. Zijn buik danste mee onder het T-shirt dat in grote letters ‘Coach’ vermeldde.

‘Is dat niet Freek?’ Een stevige hand om haar arm. Marlies wilde zich omdraaien, maar hij was al weg. Haar vader vloog gewoon het veld op, met zijn grote bozige stappen. Hij maakte zich geen seconde druk maken of zijn kleinzoon het okay vond door opa getroost te worden. Het scheelde natuurlijk dat opa net zo goed zijn vader had kunnen zijn. Dat maakte het vast een stuk minder gênant.

Het groepje mensen dat zich om Freek verzamelde, groeide snel aan. Het meisje dat Freek de oplawaai had bezorgd, werd iets verder door haar teamgenoten omringd.

‘Eigen schuld, eikel!’ riep een van hen in onvervalst Hagenees naar Freek. ‘Je kunt er zeker niet tegen dat je door een meissie gedold wordt. Trieste teringlijer.’ Hun aanvoerder, herkenbaar aan de band om zijn bovenarm die verdacht veel leek op een uitgerekt condoom, deed een stap richting haar vader.

‘Bemoei je er niet mee, ouwe. Dit regelen we zelf.’ Hij duwde pap opzij en liep op de scheidsrechter af. In zijn kielzog volgde de rest van het team. De dader bleef achter, een dikke fluim wegspuwend als een van de jongens. Ze zette haar handen in haar zij en keek spottend om zich heen. Haar blik bleef even op Marlies rusten. Harde, grauwblauwe ogen die vloekten met haar ronde gezicht en asblonde paardenstaart. Ze sloeg haar ogen neer. Wat een akelig mens. Hoe durfde ze zo te kijken naar een volwassene, een moeder nota bene. Haar benen begonnen te trillen, het paniekmonster had zijn voet al tussen de deur.

‘Rustig blijven jongens, rustig blijven,’ schreeuwde de scheidsrechter. Zijn stem sloeg over. Driftig greep hij naar zijn fluitje. Niemand luisterde. De eerste klap was uitgedeeld, de rust kon natuurlijk pas wederkeren als de Zandranders lieten zien dat er niet met hen te spotten viel. Jordi stond zoals gewoonlijk vooraan, de agressie spatte uit zijn poriën. Hij spuwde in zijn handen. Naar welke films keek die jongen?

‘Jordi! Kappen nou. Je houdt je poten thuis, anders krijg je met je oom te maken!’ Zijn moeder probeerde te redden wat er te redden viel vanachter het hek dat het voetbalveld omrandde. Kitty was dit keer zeker te laat geweest een paar sterke mannen te strikken haar met scootmobiel en al over het gammele wildrooster te tillen. Jordi keek even om, een lichte aarzeling. Zijn oom was groot, sterk en vooral heel onberekenbaar. Ook Marlies hield hem graag te vriend.

Met een kreun klapte Jordi ineen. Meer aanmoediging hadden de Zandranders niet nodig. Binnen enkele seconden keek ze naar een woedende kluwen armen en benen die nog slechts van elkaar te onderscheiden waren door de kleuren van hun voetbaltenue.

‘Stelletje halve zolen! Stoppen of ik bel de politie!’ Pa greep naar zijn mobiel in het hoesje aan zijn broekriem. Elk jaar, elk jaar werd het gedonder als de Dennenheuvel aan het feestelijke opening van de onderlinge campingcompetitie deelnam. Of ze waren al, of nog, dronken als de toernooidag moest beginnen. Of de teams waren niet eerlijk naar leeftijd ingedeeld. Dit keer hadden ze blijkbaar zo’n tekort aan voetballers dat er een meisje mocht meedoen. En wat voor een...

‘Kan er snotverdorie iemand ingrijpen?’ riep haar vader die Freek overeind hielp, weg van de kolkende puberlijven. Een aantal mensen greep hun kleine kinderen en liep snel het voetbalveld af, het hek door. De meeste waren losse campinggasten, zag Marlies in een flits. Hup, hup, hier willen we niks mee te maken hebben. Enkele toeschouwers naast haar bleven aarzelend staan, hun mobiel in de hand.

‘We smeren ‘m!’ De coach van de Dennenheuvels greep blindelings de aanvoerder uit de massa. De voetballers volgde als vanzelf.

‘De politie hoeft dus niet gebeld te worden!’ vervolgde hij op dreigende toon richting pa. In nog geen minuut had zijn team hun spullen bij elkaar verzameld en waren ze vertrokken. De een strompelend, de ander met zijn voetbalshirt tegen zijn hoofd om het bloeden te stelpen.

 

Haar luchtpijp die zich had vernauwd tot een smal limonaderietje, kreeg langzaam de ruimte. Alsof er niks gebeurd was, speelden de andere teams rustig verder. De stem schalde door de luidspreker. De Zandranders hadden gewonnen na staking van de wedstrijd. Of de volgende teams alvast wilden klaarstaan. Alle kinderen tot tien jaar konden hun snoepzak ophalen. Marlies legde haar hand op haar borst. Ze voelde haar hart wild bonzen. Niemand lette op haar. Iedereen had het druk met het kalmeren van de opgefokte, gehavende jongens.

Hield het tollen in haar hoofd nu maar op. Het dichte naaldbos achter het voetbalveld deinde en danste alsof de tropical party al begonnen was. Ik wil nu naar Freek. Mijn zoon heeft me nodig. Waarom luisterde haar lichaam niet. Haar maag fladderde als de vleermuizen op schemeruur, haar benen voelden loodzwaar. Denk aan de tips van dokter de Jong, hij kende haar al van jongs af en wist precies wat te doen. Fluiten, zachtjes zingen, ademhalen in het kommetje van haar handen. Nee, dat kon niet. Dat zagen de anderen.

Ze sloot haar ogen en haalde drie keer diep adem. De laatste keer kwam er een snik mee die de verstikkende cocon om haar heen een stukje openbrak. De wereld werd weer zichtbaar. Het nog groene gras met de strakke, witte lijnen, het bruinzwarte bos en erboven de verblindend blauwe lucht. Marlies kuchte, de snik camouflerend. Ik ga niet flauwvallen, ik ga  niet overgeven, ik ben sterk, ik sta nog steeds op mijn benen. Ze veegde haar klamme handpalmen aan haar roze short af. Donkere, onregelmatige vegen bleven achter.

‘Freek!’ Haar stem trilde nog. Ze knielde naast haar zoon in het kurkdroge, prikkende gras. Vanmiddag moet ik sproeien, schoot door haar heen. Ze keek hoe haar vader Freek toesprak op de ‘wij-mannen-onder-elkaar-laten-ons-niet-kennen’ manier. Hij wreef Freek stevig tussen de schouderbladen, alles verdween door maar te blijven duwen en kneden. Haar zoon gaf geen antwoord. Hij zat voorover gebogen, met zijn zwetende hoofd tussen zijn donker behaarde benen en kneep zijn druipende neus dicht.

‘Slechts een bloedneus. Die anderen hebben hardere klappen gehad.’ Haar vader gebaarde naar de andere jongens met een knik van zijn rood aangelopen hoofd. Wat kon haar die andere jongens schelen. Ze schoof voorzichtig haar arm onder de rechteroksel van Freek.

‘Kom, we gaan naar de caravan.’

‘Niks daarvan’, besliste haar vader op de kordate toon die hij speciaal voor haar bewaarde. ‘Ze moeten nog een wedstrijd, dan zijn ze kampioen. Vorig jaar kwam het er ook al niet van. We gunnen ze het nu zeker niet dat we weer tweede worden.’

Freek keek zijn opa schuin aan en stond moeizaam op. Het bloeden was opgehouden, zijn gezicht was besmeurd en zijn shirt zag er net zo uit als wanneer hij vroeger een beschuitje met jam had gegeten. Zijn lievelingsvieruurtje na een lange schoolmiddag.

‘Opa heeft gelijk mam, het gaat best. Ik laat me het kampioenschap niet ontnemen door zo’n stelletje paardenmongolen.’ Natuurlijk liet Freek zich niet kennen. Bovendien, hij was onmisbaar als laatste man. Nee, hij hoefde geen schoon shirt of een washandje over zijn hoofd. Daar ging hij, naar de andere jongens die zich inmiddels ook voorbereiden op de volgende wedstrijd tegen de Heidehoek. Freek verdween in hun midden, opgelost in joviale schouderkloppen en eensgezinde krachttermen.

 

‘Meissie, meissie toch.’ Pa kneep haar in haar arm en gaf haar een kus. Zijn snorharen prikten hard in haar wang. Ze deinsde achteruit, zijn zurige zweetlucht perste zich haar luchtgaten in en sneed haar de adem af. Even wankelde ze, vechtend tegen de duizelingen die ze net overwonnen had.

‘Verdorie pap, ik ben drieëndertig jaar in plaats van vier!’ Een volwassen vrouw met een echtgenoot en grote zoon, een eigen Carnaby stacaravan met dubbele wanden waardoor het ook in het vroege en late seizoen zo comfortabel was er te zijn. Zouden alle vaders hun dochters blijven zien als kleine, afhankelijke meisjes?

‘Je klapt anders nog net als vroeger potjedicht als het hommeles is en wie kan er vervolgens ingrijpen? Je vader.’ Die bemoeizuchtige blik in zijn ogen! Ze had dat veld moeten oprennen in plaats van zich opnieuw te  grazen te laten nemen door dat paniekmonster. Had dokter de Jong haar niet tips gegeven te experimenteren met haar angst? Loop er niet voor weg, ga de confrontatie aan! Nou dan! Ze balde haar vuisten, haar nagels staken pijnlijk in haar huid. Maar pa had geen tijd meer zich om haar te bekommeren. Bert kwam aangerend, licht hijgend in zijn keurige linnen broek, witte overhemd en donkerblauwe stropdas. Laatste gemeenteraadsvergadering voor het zomerreces, flitste door Marlies bij het zien van zijn kleding op deze tropische dag.

‘Ben direct hierheen gekomen. Alles is alweer in orde?’ De campingdirecteur keek haar aan terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegde met een grote, witte zakdoek. Het bruin met oranje logo van de camping sierde een van de hoeken. Een uit de hand gelopen attentie van een nijvere campinggast die de twintig geborduurde huisvlijtwerkjes cadeau gaf bij het pensioen van Berts vader. Marlies keek altijd wat stiekem achter Berts riante, rietgedekte familieboerderij hoeveel zakdoeken aan de droogmolen wapperden. Hoe meer er hingen, hoe zekerder het was dat hij die dag aanwezig was.

‘Bert kerel, we hebben het met elkaar allemaal prima opgelost. Het was net een potje hotseknots begonia voetbal.’ Haar vaders stem klonk joviaal, even legde hij zijn hand op Berts schouder. ‘Het is me toch wat tegenwoordig. Bij die jongelui vliegt om het minste en geringste de vlam in de pan. D’r zaten weer een paar van die vreemde types bij. Het is goed dat je er bent, hoor. Even je gezicht laten zien, laten zien wie de baas is. Maar het had niet gehoeven. Ze zijn als een haas vertrokken, ze weten wie er aan het langste eind trekt.’

Pa trok een voldaan gezicht. Als een van de langst zittende campinggasten kende hij het klappen van de zweep. Hij gaf Bert graag advies als er iets speelde of als hem iets ten oren kwam. Soms bleef hij uren weg, zat hij in Berts kantoortje voor overleg. Bert keek langs hem heen en probeerde Marlies blik te vangen. Hij zag er beslist een beetje ontdaan uit, vond ze.

Een schril fluitsignaal kondigde het eind van de wedstrijdronde af. Nog een wedstrijd te gaan en Freek was kampioen. Dan kon zijn vakantie niet meer stuk. Het betekende de ceremoniële huldiging in de kantine overgoten met bier. Het bracht de traditionele overdracht van de kampioensbeker mee. Elke voetballer mocht hem een dag voor zijn caravanraam zetten, lofbetuigingen van alle buren verzekerd. Het was immers al vier jaar geleden dat de Zandrand beslag had weten te leggen op het kampioenschap. Het allerbeste wat het winnen van het campingvoetbaltoernooi opleverde, was een wedstrijd over anderhalve week tegen de oudprofs van Vitesse. Ook al was elk campingelftal volstrekt kansloos, in het afgaan tegen deze uitverkorenen school ook nog enige eer.

Bert schoof aan haar andere kant en streelde licht de binnenkant van haar arm. Ze verstijfde. Een hinderlijke blos kroop vanuit haar decolleté en verspreidde zich over haar wangen. Waar haalde hij het lef vandaan?

‘Niemand gewond, begreep ik?’

Haar vader gaf over haar hoofd antwoord. Ze wilde weg, snel weg. Terug naar de caravan, haar burcht van polyester zoals ze het stiekem wel eens noemde. Weg van die joviale mannen die het zo reuze met elkaar getroffen hadden. De meest trouwe supporters van Freek. Ze draaide zich om, wilde naar het hek lopen tot een blik haar dwong te kijken. Kitty staarde naar haar met uitdagende, spottende ogen. Ze nam een haal van haar sigaret, startte haar scootmobiel en keerde om naar de zandweg die het voetbalveld van de camping scheidde. Haar vlassige paardenstaart danste op haar rug. Haar was zoals gewoonlijk weer niets ontgaan.

 

 
HomeColofon